Coronakronieken - blog Vrouw & Maatschappij 

Het Corona dagboek van Maaike Van Overloop

 
Maaike Van Overloop is huisarts en onze fractieleider voor CD&V in Kapellen.
 
De afgelopen weken houdt ze een dagboek bij over haar ervaringen met corona als huisarts en laat ze ons even meelezen...
 
 

Maaike en haar gezinSoms ben ik het even kwijt…Zijn we vandaag donderdag of vrijdag? Of is het weekend al begonnen? Sinds enkele weken zien mijn dagen er helemaal anders uit. Op 17 maart ging het noodplan voor de artsen in werking. Ik herinner mij dat ik ’s morgens nog mensen heb gezien. Na de middag werd het anders. Mensen hielden afstand. Maar hoe moesten we dat doen? We zijn een toegankelijk, laagdrempelig wijkgezondheidscentrum. We richten ons op de kwetsbaren, op mensen die ondersteuning nodig hebben. Mensen die we begeleiden en laten groeien in zelfstandigheid. Hoe wordt afstand niet afstandelijk? Ons wijkgezondheidscentrum kan rekenen op een sterk team van mensen die allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben: we willen mensen helpen om ‘gezond’ te zijn. Dat betekent dat we mensen het vermogen willen geven om zich aan te passen, zodat ze zelf de regie blijven voeren over hun leven, ondanks de lichamelijke, sociale en emotionele uitdagingen van vandaag. Maar ‘vandaag’ is zo anders dan ‘gisteren’. Gisteren waren we een netwerk van mensen die elkaar ontmoetten, elkaar materieel en emotioneel ondersteunden. Vandaag is het anders.

Op afstand maar niet afstandelijk. Ik geef toe dat het niet gemakkelijk is. We hebben ons snel moeten herschikken: covid-zorg, non-covid zorg, urgente zorg, opvang van nieuwe situaties. Corona treft mensen. Als huisarts weet ik echt wel dat niet iedereen dood gaat. Dat de meeste mensen de ziekte met lichte klachten overbruggen. Maar ik heb ook een vader van vier kinderen in mijn patiëntenbestand, die nu al vijf dagen beademd wordt. Ik ben al zes patiënten verloren, sinds het begin van deze periode. Drie daarvan hadden zonder corona nu nog geleefd. Van de andere drie denk ik dat minstens twee van hen bezweken zijn aan de eenzaamheid. Dat is eng. Ze misten hun familie en bekenden, waardoor het leven niet meer waard was om geleefd te worden. Ze hebben het langzaam laten uitdoven. De energie om uit te kijken naar betere tijden was weg… Gisteren hoorde ik een zorgkundige, die in het woonzorgcentrum de rol van de familie overnam. Wachten bij iemand die langzaam doodging. Ze omschreef het als mooi, rustig en zo waardevol dat ze erbij kon zijn. Met masker, spatbril, schort, handschoenen en haar tranen bedwingend, bleef ze bij de man die het niet besefte dat ze elkaar op dat moment nodig hadden. Het gebeurde inderdaad niet met de familie, die overigens wel op bezoek was kunnen komen. Maar het was wel met de mensen die er elke dag voor hem waren. Het gonsde daarna door de gangen: “Zo erg… Hij was altijd zo vrolijk, we gaan hem missen!” En ook: “Gelukkig was er iemand bij hem die hij graag zag.” Het blijft vreemd. Wat we gisteren als verschrikkelijk ervaarden, gebeurt vandaag ook, maar we zien de kracht van mensen die er samen door geraken. We voelen dat dit iets is, dat ons verbindt. Met afstand maar niet afstandelijk.

Covid- en non-covid-teams zij aan zij. Elke dag voel ik het netwerk rondom onze kwetsbaren sterker worden. Elke dag ervaar ik hoe mensen elkaar blijven helpen, zonder elkaar fysiek te ontmoeten. We hebben onze praktijk gereorganiseerd. Het Covid-team, twee artsen en twee ervaren praktijkassistentes, triëren de covid-gerelateerde zorg volgens urgentiegraad en bellen de patiënten. De vaardigheden om mensen gerust te stellen, groeien. Het coachen van mensen om zelfredzaamheid te tonen, een vaardigheid die nog aan het groeien was, is een schitterende bloem geworden. Ons team stelt gerust, detecteert de noden, vangt ook de kleine signalen op en blijft opvolgen. Elke luchtwegklacht blijft in het vizier, tot de dag waarop de patiënt terug aan het werk kan gaan.

Minstens evenveel kracht zit er in het non-covid-team. Zij trachten van op afstand om zoveel mogelijk informatie te verzamelen en om diagnoses te stellen met een minimum aan contact. Een team van studenten geneeskunde, getrainde verpleegkundigen in de huisartspraktijk en een opleider, trachten mensen te helpen, naar hen te luisteren en hen te begeleiden door hun ziekteproces. Ze volgen op met zo min mogelijk contact. Dat lukt. Ik hoop dat de studenten van vandaag nooit meer vergeten hoe belangrijk het is om te luisteren naar wat mensen vertellen. Met onze kwetsbaren moesten we een stap verder. Alleenstaande, niet-werkende moeders die plots geen gesprekken meer hadden met volwassen, keken uit naar de babbels met onze sociaal verpleegkundigen. Alle 70-plussers zijn de afgelopen weken minstens één keer gebeld. We kennen hun mantelzorgers en nemen die zorg via het vrijwilligersnetwerk over als er iemand uitvalt. De zieken die met hun kinderen thuis zijn, krijgen hun maaltijden aan huis geleverd. De scholen weten waar ze de weekopdrachten moeten aanpassen, omdat er isolatiemaatregelen in het gezin zijn. Ons netwerk heeft ons ook snel geleerd om een ander probleem te detecteren: het sluiten van de grenzen en de veranderde activiteit in de haven, heeft geleid tot verslaafden die plots cold turkey moesten afkicken. Met hun partners en kinderen thuis. Ook die mensen vangen we op.

Zoveel mensen om te bedanken. Elke avond om 20 uur, sta ik voor mijn huis mee te klappen. Een beetje sociale controle uitoefenen kan nooit kwaad (is iedereen er nog?), maar ik doe het vooral voor diegenen die we vergeten. De zorgkundige, met haar gehandschoende hand rond de hand van de stervende man. De moeder, die alleen thuis is met haar kleuters terwijl haar man wordt beademd. De vrijwilliger van de ruilwinkel, die warme maaltijden brengt naar een zieke patiënte die toevallig iets te vieren had. De burgemeester, die maskers brengt wanneer die dreigen op te raken. De zanger, die plots op de parking van het rusthuis staat en even wat afleiding brengt. De vrijwilliger, die de was van de zorgkundige gestreken terugbrengt. De supporters in de straat, die hun witte vlaggen laten wapperen en klappen in de richting van de arts en de verpleegkundigen in de wijk. Ik klap ook voor mijn kinderen. Zij vinden het vanzelfsprekend dat ik elke dag terug naar zwaar zieke mensen ga, in een gesloten gebouw waar corona mensen aantast. Dat ik dat doe zonder astronautenpak, maar met schort en masker die ik moet hergebruiken, nemen ze erbij. De douche en het omkleden na zo’n bezoek, zijn ze intussen gewend. Mijn pubers hebben leren koken. Ze ondersteunen het huishouden, ze overleven het thuisonderwijs wanneer ik weghol voor een kritische patiënt, en zijn het gewoon dat de telefoon dag en nacht kan rinkelen. Last but not least klap ik voor mijn echtgenoot, die zich geen vragen stelt. Die er onvoorwaardelijk is, om de chaos en de waanzin te vertalen naar hier en nu en samen erdoor. Die relativeert en gewoon doet. Die puzzelt om een extra rekje te installeren, de keuken opruimt, het gras bij de school achter de hoek laat groeien, en vooral begrijpt. Die ervoor zorgt dat we ritme vinden in de chaos. Die er bovenal voor zorgt dat we dit niet ‘gewoon’ moeten vinden.
Voor hen allemaal ga ik elke avond mee naar buiten en klap ik tot mijn handen blauw zijn…

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.